nosubject

Information

This article was written on 20 Dec 2011, and is filled under history, music, party, persons fameux.

Current post is tagged

COPY PASTE: Deurbeleid

Wat zijn de elementen van een enerverende clubervaring? De artiesten, het decor, de ligging, het personeel? Nee natuurlijk niet, de belangrijkste zijn natuurlijk de habitués. Verschillende muziekhistorici zeggen dat disco- en house-cultuur de democratisering van de dans is, waarbij niet de artiest maar de danser de ster van de avond is. Maar hoe krijg je de juiste mensen binnen? Inderdaad, met het juiste deurbeleid! <No Subject> kopieert en plakt het deurbeleid van verschillende legendarische clubs uit het verleden, tijdens onze volgende editie op 7 januari, de Copy Paste edition.

Door Tom van Haaren

Wanneer je langs de stamboom van clubcultuur afdaalt, kom je via vrijwel iedere nerf van de groenekooldioxidevreter  bij de disco-scene van New York City uit. Of het nu de RoXY, de Hacienda, de Ministry Of Sound, The Warehouse of de Musicbox betreft, allen zijn schatplichtig en voor een grootdeel afgeleid van de baanbrekende instituten uit the Big Apple, gesticht en geleefd door met name de homoseksuelegemeenschap van de jaren ’70 en ‘80.

Eén van de eerste en belangrijkste feesten uit de begindagen van dance-cultuur is de Loft van David Mancuso. Deze Amerikaan was een kind van de tegencultuur van de jaren ’60, met de daarbij behorende kenmerken van (vrije)liefde en eerlijk delen – met name van psychedelische drugs.  Geïnspireerd door LSD-goeroe Timothy Learly liep die lifestyle een beetje uit de hand. Zo verwijderde hij al zijn sloten uit zijn appartement, liet zwervers in zijn huis slapen, at geen gekookt eten meer en deed thuis geen kleren meer aan.

Uiteindelijk belande hij in een inrichting waarna hij besloot dit niet meer te willen (Goh!). Weer eenmaal terug in de grote-boze-mensen-wereld kreeg hij via-via een woning in een enorm appartement op Broadway. Een pand waar nog geen bestemming voor was aangezien het voorheen een industriële-functie voorzag. De ruimte was voorzien van sprinklers en een gedempte akoestiek. Aangezien Mancuso over behoorlijk wat audiofiele geluidsapparatuur beschikte, startte hij er met zijn By Invitation Only Party’s geïnspireerd op de Afro-Amerikanen die in de jaren ’20 rent-party’s gaven om de huur te bekostigen.

Voor zover een zeer beknopte samenvatting van de vruchtbare grond waarop de Loft haar ontstaan vond. Maar wat hield het concept nou precies in? Uitleg: Je deelt uitnodigingen uit waarbij iedere genodigde een introducé mag meenemen, waarbij een laag bedrag wordt betaald dat eindigt op 0,99 en iedereen altijd een cent terug krijgt (COPY-PASTE). Vervolgens zijn garderobe, eten en drinken gratis (dat nemen we even niet over), natuurlijk is er ook drank geprepareerd met drugs (COPY-PASTE, in de fles Jack in de djbooth welteverstaan).  Met hoeveel geld je ook voor de deur stond te wapperen, zonder uitnodiging kwam je niet binnen, terwijl genodigden zonder geld meestal wel binnenkwamen.

Het belang van de Loft is dat Mancuso alle elementen precies op het dansritueel had afgestemd. De muziek die hij draaide – zonder te mixen – bestond uit een eclectische selectie van soul, funk, jazz en rock, die gaande de avond steeds extatischer van aard werd. Dat was bijzonder: Dit was de tijd dat dj’s in blokjes draaiden waarbij dansplaten werden ingewisseld voor een serie romantisch slowdance-werk, waardoor de helft van de dansvloer naar de bar liep (kassa!). Deze setting – waarin je ouders elkaar waarschijnlijk ontmoet hebben -, was tot dat moment gangbaar in het nachtleven. Maar door deze New Yorkse manier van muziek programmeren ontstond het disco-genre en dansen we tegenwoordig nog steeds de klok rond op een hypnotiserende blend.

De beroemdste club uit de geschiedenis is waarschijnlijk de Studio 54, de club van Steve Rubell en Ian Schrager. Deze toko werd in de korte tijd dat het bestond het gezicht van de decadente en hedonistische disco-scene. De kenmerken waren veel celebraties, heel veel drank, emmers met coke en vrije-sex zonder AIDS perikelen (vergeet niet dat voor homo’s de jaren ’70 het decennium was wat de swinging 60’s voor de heterojongeren betekenden). Studio 54 is hiermee eigenlijk de grote tegenpool van de Loft dat meer om gelijkheid en muziek draaide.

Toch hadden de clubs ook grote overeenkomsten. Zo bevatte het geluidssysteem grote gelijkenissen, waren de eerste dj’s vaste bezoekers van de Loft en was het uitnodigingssysteem geïnspireerd op Mancuso’s liefdesbaby. Steve Rubell wilde dan ook pas de disco-business in na wat bezoekjes aan de Loft-kopie The Gallery.

De Studio 54 moest vol, het was immers een rete-commerciële club. En nu moet je die mini-club in de film met Ryan Phillips echt even vergeten, want de Studio 54 was in het echt ENORM. Rubell was een goede marketingman en zette hoog in op het zoveel mogelijk binnen halen van sterren, die de gewone man het gevoel moesten geven dat ze –wanneer binnen – zelf ook een celeb waren.  Om dit te realiseren betrokken ze Carmen D’Alesiso bij de club, een high-fashion hotemetoot en vaste bezoekster van de Loft.

Het was haar idee om het uitnodigingssysteem van de Loft in te voeren met vaste members. Waar het bij de Loft ging om een mooie eerlijke mix van mensen van verschillende afkomst binnen te krijgen, maakte Steve Rubbell er een statussymbool voor disco snob van. Befaamd zijn de lange rijen voor de deur van het voormalige theater, waarbij met grote willekeur mensen geweigerd en toegelaten werden. In plaats dat die enorme rij het publiek afschrok, trok het juist nog meer zielen aan die dachten: ‘This is the place to be.” Maar slim als Rubell was stond iedereen vaak te wachten voor een lege club. (COPY-PASTE, aangezien voor de No-Subject avond er eerst een besloten feest is van een model agency).

Spiritualiteit, daar is doorgaans weinig sexy aan. Normen en waarden als geheelonthouding, monogamie en seks na het huwelijk zijn zaken waar de No-Subject- en Universe-leden een sterke afkeur voor hebben. Maar gelukkig bestaat er zoiets als de Bhagwan, met een spiritueel leider waar zelfs het decadentiepatroon van wijlen Steve Rubell nog een puntje aan kan zuigen. Volgens deze Bhagwan Sri Raineesh is iedereen in staat om onvoorwaardelijke liefde te ervaren en het leven te beleven in plaats van te overleven. Amen, iets wat ik ook zou denken wanneer ik 96 (!!) Rolls-Royces op de oprijlaan zou hebben staan.

In 1974 vestigde Sri Raineesh zijn commune in een luxe villawijk in de regio van Bombay. Hier woonde, leefde en mediteerde hij met zijn gevolg, dat voor een groot deel bestond uit westerse vrouwen die zich wel konden vinden in de gepredikte vrije-sex en drugsexperimenten. Een geniaal idee is dan ook het ‘energiedarshan’ ritueel. Hierbij gaan de lichten uit en wordt doormiddel van opzwepende muziek met vrouwen zonder ondergoed in zwoele bewegingen spirituele energie overgedragen. Natuurlijk mocht Sri Raineesh de deelnemers tijdens het ritueel intiem betasten.

Maar denk maar niet dat hier geen deurbeleid gold voor zijn volgelingen, ondanks dat zij vrijgevig zijn collectie fraaie bolides gesponsord hadden. Meneer de spiritueel leider beweerde dat hij allergisch was voor verschillende stoffen waaronder zeep en wol. Bij deelname aan zijn spirituele sessies moesten de deelnemers geurloos zijn. Bij de entree besnuffelde de beveiligers of de genodigden niet riekten naar zeep, shampoo of parfum. Groot voordeel: Aan ongewenste mensen werd toegang geweigerd omdat ze zogenaamd verkeerd roken (COPY-PASTE).

Terug naar onze eigen grachtengordel. Daar waar sinds eindjaren ’80  tot eindjaren ’90 de RoXY was gevestigd.  Waar je tegenwoordig als doorbitch een drive-by-shooting kunt verwachten wanneer je zonder gegronde reden bezoekers de deur wijst, was dat bij de club van o.a. Peter Gielen juist een unique selling point. In het boek ‘Aan De Amsterdamse Nachten’ van Kluun maken we op dat Ruud Gullit, Neneh Cherry en The Red Hot Chili Peppers zonder pardon werden geweigerd. In het boek ‘De RoXY en De House Revolutie’ van Job de Wit wordt zelfs gesteld dat één van de pijlers waar de clubs zich hard voor maakte was dat BNN’ers gewoon moesten betalen (COPY-PASTE). Toen Ruud Gullit (aanvoerder Nederlands elftal) vertelde:”Ik betaal nooit om ergens binnen te komen. Weet je wel wie ik ben?”, werd hem zelfs de kans om een ticket te kopen ontnomen en kon hij de club met gevolg direct verlaten. Aight!

Leave a Reply